Zeldzaam mooie kaart geschonken

Museum Tromp’s Huys neemt schenking direct op in permanente tentoonstelling

5 mei 2015 - De kaart van Harge uit 1756 is een momentopname in de teloorgang van West-Vlieland. We zien de toestand van de geulen rond West-Vlieland ingetekend. De staat van de geulen werd nauwgezet bijgehouden, daar men vreesde dat het 'eiland West-Vlieland' definitief van Oost-Vlieland gescheiden zou worden. Met man en macht werd destijds gewerkt aan het dichten van de geulen.

Daan en Maria van der Vorm schonken onlangs een ingekleurde versie van deze kaart aan het museum. Van deze kaart had het museum al een zwart-witte versie in de collectie, maar die heeft voor deze fraaiere, ingekleurde versie plaats moeten maken. De nieuwe kaart is nu te bezichtigen in de kaartengang van het museum.

In 1756 tekende opzichter J. Harge een kaart van West-Vlieland. Hij had daarvoor in augustus 1756 metingen verricht. In datzelfde jaar waren maatregelen getroffen om het uitslijten van het noordelijkste gat een halt toe te roepen. In een verhandeling getiteld 'Rapport van het geene gedaan is tot provisioneele voorsieninge van het doorgeschuurde eiland Westvlieland' uit 1757, wordt melding gedaan van de toestand van de gaten rond West-Vlieland. In korte tijd waren die gaten verbreed en verdiept. In mei van het jaar 1756 was het noordelijkste gat nog nauwelijks een sleuf te noemen, in augustus van dat jaar was het bij laag water 32 roeden breed en 11 voet diep. Harge doet in het Rapport daarnaast minutieus verslag van de eerdere werkzaamheden in augustus 1756.

In een bericht aan de 'Heeren Staaten van Holland en West-Vriesland' van de 'Heeren Gecommiteerden tot de saaken van 's Lands Zeeweeringen en Commissarissen uit de Heeren Gecommitteerde Raaden te Hoorn resideerende' wordt de heer Harge opgevoerd als de opzichter die op 28 februari en 1 & 2 maart 1757 wederom metingen heeft verricht aan de gaten rond West-Vlieland. Toen bleek

dat de werken tot het sluiten van het zuidelijkste Gat aangelegt, geduurende de Winter sig wel hadden geconserveert, maar dat het groote of noordelijkste Gat merkelijk verwyd en verdiept, soo dat volgens het Profil daar van overgegeeven (...) komt te geblyken, dat dit Gat by hoog Water heeft en wydte van honderd een en twintig Rhynlandsche roeden, by laag Water van neegen en vyftig roeden, en na genoeg in het midden een diepte van agtien voeten met style en ongelijke kanten, waar uit de kommeringen by Missive van meergemelde Gecommitteerde Raden te kennen gegeeven, meer en meer schynen bevestigt te worden, soo de Binnengronden en Banken sig niet verheelen.

Het noordelijkste gat was dus in nog geen jaar tijds verbreed van 32 naar 59 roeden en verdiept van 11 naar 18 voet. Men concludeert dan ook dat het gat niet alleen verdiept, maar ook verwijd is en dat dit het herstel van het eiland onmogelijk, of op zijn minst gevaarlijk en kostbaar zou maken.

Bekijk de kaart hier.