D’Engelsche Furie na 347 jaar terug op Vlielandse bodem

Ooggetuigenverslag van Vlielandse dominee Den Huessen

7 juli 2014 - In Museum Tromp’s Huys is sinds vorige week de tentoonstelling 'Brand! Brand! Daar komen ze!' te zien. Centraal in deze tentoonstelling staat een bijzondere publicatie van dominee Den Huessen. Deze publicatie kan in het museum tentoongesteld worden dankzij de medewerking van de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Het is heel bijzonder om zo’n oud en zeldzaam boekwerkje, dat dominee Den Huessen ongetwijfeld op een prominente plaats in zijn studeerkamer had staan, in het museum te kunnen laten zien. Eén ander bewaard gebleven exemplaar is in eigendom van de Universiteitsbibliotheek in Gent.

Voordat Den Huessen als predikant te Oost-Vlieland beroepen werd (van 1625 tot 1678), had hij een niet nader gespecificeerd beroep in Enkhuizen. Hij viel op door zijn ‘singuliere gaven’. Van Heussen werd daardoor een zogenaamde ‘Duitse klerk’, een predikant zonder universitaire opleiding. Hij negeerde in zijn werk dan ook de klassieken. Esausz. liet echter wel een indrukwekkende hoeveelheid geschriften na.
Zo schreef hij o.a. in 1638 ‘Christelijcken jongeling’, een aansporing tot omgang met fatsoenlijke lieden en een waarschuwing tegen drankmisbruik, dansen en ‘nachtloopen’, in 1637 ‘Thien schriftuurlyke redenen, tot bewys, dat de jonge kinderen der Geloovigen moeten gedoopt worden’ en in 1640 ‘Den Christelycken Visscher, voorghestelt by forme van samenspreeckinghe tusschen een Visscher ende Predikant’.
In 1667 schreef Den Heussen een uitgebreid verslag van de ramp die Vlieland, Terschelling en de Nederlandse handelsvloot trof, d’Engelsche Furie. Een jaar later zag zijn ‘Catechisatie over de Christelijcke Catechismus der Gereformeerde Kerken in de Vereenigde Nederlanden het licht’. Deze twee laatste uitgaven zijn in Museum Tromp’s Huys te zien. De Furie is een bruikleen van de Universiteit van Amsterdam, de catechismus is eigendom van de CHV.
In het ooggetuigenverslag van de gebeurtenissen op 19 en 20 augustus 1666, getiteld ‘Gedachtenisse van d’Engelsche Furie Op de Vliestroom En der Schellingh’, doet Den Huessen van uur tot uur verslag van de komst van de Engelsen, de dreiging die van de Engelse vloot uitging en de dappere pogingen van zowel burgers als zeelui om de Engelsen af te schrikken.

Vlielander schipper Heldt

Zo roemt hij de heldendaden van Cornelis Jacobsz. Heldt, die een poging doet de Engelsen een buitgemaakt schip weer afhandig te maken, “want weynige Vlielanders / en daer onder Schipper Heldt / kregen tijt en gelegenheyt / om gewapent met musketten naer by bemelte Schellingers in haer Schuytjen te voegen / en aff te steken om de Engelsche haren rooff weder te ontjagen”. Heldt neemt die gelegenheid wel en lijkt ook nog eens succesvol in de achtervolging. De Engelsen besluiten daarop echter het buitgemaakte schip in brand te steken, zodat het alsnog verloren gaat. 
Den Huessen voert nogmaals Cornelis Jacobsz. op: een Vlielander schipper “(…) / die geschut op hadde / en wiens Boodtsgesellen hem getrouw waren/ stelde sich dapperlick in tegenweer/”. Omsingeld door vijanden als hij was, moest onze Heldt de strijd echter opgeven. De Engelsen steken uiteindelijk de koopvaardijvloot in brand. Zo’n 150-170 schepen gaan 19 augustus in vlammen op.

De burgemeesters van Vlieland - er waren nog twee dorpen in die tijd! - roepen de burgers op zich te wapenen met geweren, schoppen en spaden en zich aan de vijand te tonen op de horn, het oostelijke strand: “Burgemeesteren lieten met trommelslagen uytroepen / dat mannen en vrouwen selfs ook de Mennisten soo wel als andere met geweer / schoppen en spaeden haer van stonden aen souden vervoeghen / op de horn. ’t Welck ook in aller haest geschiedde”.
Er staan wel 300-400 ‘bewapende’ mensen op het strand. De Engelsen zien dat vanaf hun schepen en denken dat er een grote troepenmacht op Vlieland is gelegerd. Daarom durven ze niet aan land te gaan om het dorp Oost-Vlieland plat te branden. Dat lot blijft West-Terschelling niet bespaard.  Op 20 augustus plunderen de Engelsen het dorp en steken ze het in brand.
Van de Engelsche Furie is een vertaling gemaakt door Anne Doedens en Jan Houter. De oorspronkelijke tekst is daarin ook opgenomen. Deze vertaling is in de museumwinkel te koop. De Furie zelf is digitaal in te zien via Google Books.

Brand! Brand! Daar komen ze!
1 juli – 4 oktober 2014
Museum Tromp’s Huys
Dorpsstraat 99
Museumkaart geldig