Maritieme verleden


Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw diende Vlieland in toenemende mate als uit- en invalspoort naar en van de open zee. De Admiraliteiten van Amsterdam en het Noorderkwartier (afwisselend gevestigd in Hoorn en Enkhuizen) benutten Vlieland als steunpunt voor de oorlogs- en handelsvloten die hun thuishavens hadden in de oude Zuiderzeesteden. Veel schepen vertrokken vanaf de rede van Vlieland om in het Oostzeegebied handel te drijven. Juist deze handel heeft Nederland een enorme voorspoed gebracht, nog meer dan de Verenigde Oost-Indische Compagnie.
 

Na het mislukken van het beleg van Alkmaar in 1573, legden de Spanjaarden in 1575 bijna geheel Oost-Vlieland in de as. Toch is in korte tijd een groot gedeelte van de (houten) woningen weer opgebouwd. Aan het begin van de Dorpsstraat - toen Groote Straat geheten - verrees rond 1600 een admiraliteitshuis. Daar kwamen admiraals als Maarten Harpertszoon Tromp en Michiel Adriaenszoon de Ruyter om zaken ter zee te behartigen.

Van 1598 tot 1795 stuurden de Admiraliteiten van Amsterdam, het Noorderkwartier (Hoorn en Enkhuizen) en Friesland (Dokkum en later Harlingen) ook commissarissen naar Vlieland. Nadat de admiraliteiten opgeheven waren, raakte het admiraliteitshuis in verval. Het is omstreeks 1838 afgebroken. Alleen het zogenaamde De Ruyterhuisje is tot 1916 bewaard gebleven.

In de periode van 1652 tot 1674 was de Nederlandse Republiek tot driemaal toe in oorlog met het Engelse Koninkrijk. Beide naties betwisten elkaar de zeggenschap over koloniën, nederzettingen en handelsroutes. Ondanks verbeteringen aan de vloot, brachten de Engelsen de Nederlanders in de tweede Engels-Nederlandse oorlog (1665-67) soms nog zware slagen toe. De overwinning van de één werd – soms weken later alweer! – teniet gedaan door een overwinning van de ander.

Op 19 en 20 augustus 1666 brachten de Engelsen zo'n zware slag toe aan Nederland. De ramp wordt wel Holmes’ Bonfire genoemd (Holmes’ vreugdevuur). Onder bevel van de Engelse schout-bij-nacht Robert Holmes, stak een Engels konvooi 170 schepen in brand die op de rede van Vlieland lagen te wachten op een bevel om uit te varen. Minstens 2000 mensen kwamen om. De volgende dag brandden de Engelsen het dorp West-Terschelling plat. Het was Holmes gelukt om de Republiek daar te treffen waar het gevoelig was: de overzeese handel. Een indrukwekkende overwinning van de Engelsen op de Nederlanders. Kunstenares Irma de Vries maakte een video-installatie over deze ramp voor de Vlielandse kust.

De Nederlandse vloot nam wraak tijdens de alom bekende Tocht naar Chatham.